Apparaten bepalen
We inventariseren welke endpoints en gegevensdragers encryptie nodig hebben.
Databeveiliging
Encryptie beschermt opgeslagen gegevens wanneer een apparaat of schijf buiten de organisatie terechtkomt.
Onze aanpak
Versleuteling beperkt de impact wanneer een apparaat kwijt raakt of wordt gestolen. We zorgen dat encryptie centraal wordt ingericht en beheerd.
Herstelsleutels, beleid en apparaatstatus moeten net zo goed geregeld zijn als de technische versleuteling zelf.
Wat we regelen
We inventariseren welke endpoints en gegevensdragers encryptie nodig hebben.
Versleuteling, sleutels en uitzonderingen worden ingericht.
Encryptie wordt gecontroleerd geactiveerd.
Herstelsleutels en beheerprocedures worden veilig georganiseerd.
Stappenplan
We brengen laptops, desktops en andere relevante gegevensdragers in kaart.
We bepalen welke encryptiestandaard, sleutelopslag en uitzonderingen nodig zijn.
We activeren versleuteling gefaseerd en controleren de status per apparaat.
We leggen recovery keys en herstelprocedures veilig en beheersbaar vast.
Duidelijke antwoorden
Bij een goede inrichting is de impact voor gebruikers beperkt.
Versleuteling helpt voorkomen dat de opgeslagen data zonder geldige toegang leesbaar wordt.
Volgende stap
We controleren welke apparaten versleuteld moeten zijn en hoe sleutelbeheer en herstel goed worden geregeld.